Wie je bent ligt vast: over aangeleerde patronen en kerntalenten
“Mogen we nog zijn, wie we zijn?” Dit is een vraag die regelmatig bij mij opkomt tijdens het lezen van artikelen, posts en boeken over trauma, overlevingsstrategieën enz.. De indruk ontstaat dat veel van wat wij doen en de manier waarop we de dingen doen, terug te voeren zijn naar negatieve ervaringen uit het verleden. Met een uitkomst waardoor je nu vooral dingen moet gaan afleren.
Hierbij wordt mijns inziens voorbijgaan aan het feit dat wij al iemand zijn als wij op deze wereld komen. Rijk bedeeld met persoonlijke eigenschappen, behoeftes, talenten en een natuurlijke aanleg. Dát ligt vast, verandert niet en hoef je ook nooit te veranderen. Met jouw unieke zijn, kom jij in deze wereld en ga je door het leven.
Het is absoluut zo dat het gezin waarin je opgroeit en de ervaringen die je daar, op school en waar en dan ook in je leven opdoet van invloed zijn en je vormen. In jouw kern blijf je echter wie je bent.
Zo heb ik van nature een sterke ‘will to please’. De ander helpen, verzorgen, iets voor de ander doen maakt mij blij. Ook wil ik de ander graag op het mentale vlak goed doen, mij in de ander inleven en invoelen. Op dat moment zet ik mijn eigen gevoelens, beleving, mening enz. eventjes opzij. Dat ik van nature extra gevoelig ben voor het aanvoelen van emoties, sfeer, spanning en prikkels, komt bij het helpen van de ander goed van pas. Ik vind het fijn als iemand een beroep op mij doet. ‘Nee’ zeggen kan moeilijk voor mij zijn. Daarbij ben ik enigszins bereid mij te laten beïnvloeden en ben ik niet zo rationeel van nature. Het risico is aanwezig dat ik mij verlies in de ander of zijn situatie. Of dat de ander over mijn grenzen gaat.
Heb ik dit mijzelf door omstandigheden aangeleerd? Wil ik in een behoefte voorzien, een gemis opvullen? Nee! Met deze eigenschappen ben ik op de wereld gekomen en ik geniet ervan ze in te zetten. Wel heb ik pas later in mijn leven, door middel van een kerntalentanalyse, ontdekt wat de neveneffecten voor mij kunnen zijn en geleerd om hiermee om te gaan. Na het lezen van het boek de Fontein van Els van Steijn kwam ik tot het inzicht dat ik in de verkeerde bak van mijn familiefontein zat en nog weleens zit. Ik zag in dat ik het zorgen en willen pleasen in mijn gezin van herkomst vanuit een verkeerde plek en rol en daardoor op een voor mij ongezonde manier inzette.
Wat dit betreft was (en is) er wél sprake van een ongezond coping mechanisme, ontstaan in mijn jeugd. Dit coping mechanisme kwam ook terug in mijn omgang met mensen buiten mijn familie, zoals vrienden en collega’s. Er was (en is nog steeds) dus wat dit betreft wel werk aan de winkel.
Kan het overmatig willen zorgen en pleasen van de ander dan nooit aangeleerd zijn? Ja zeker kan dat en ik kom het in de praktijk regelmatig (met name bij vrouwen) tegen. Uit de kerntalentenanalyse die is gedaan, komt bijvoorbeeld naar voren dat zij van nature niet de behoefte hebben om te zorgen. Het is niet hetgeen hen van nature drijft, uitdaagt, motiveert. In de praktijk van alle dag doen ze bijna niet anders, soms al vanaf de vroege jeugd. Allerlei oorzaken en redenen kunnen er zijn, waardoor deze cliënten dit desondanks doen en blijven doen. Het is hoe dan ook in strijd met wie ze van nature willen zijn en het kost ze bakken energie. Dit inzicht is confronterend en tevens een enorme opluchting voor hen. En meestal het begin van een proces om de weg terug naar zichzelf te vinden al dan niet met professionele hulp.
Ageeth van der Velden, Coretalents-analist en loopbaancoach bij Talentizer



